Veelgestelde vragen productgids

V: Waar kan ik de gebruiksaanwijzing voor mijn Master Lock-product vinden?

A:

Snelbinders
Voor banden:
-Spanbanden modelnummer 3110, 3111, 3112, 3379 
-Spanbanden modelnummer 4362, 4363, 4364 
-Veerklembindingen modelnummer 3113, 3380, 3062 
-Veerklembindingen modelnummer 3065
-Veerklembindingen modelnummer 4368, 4369, 4370
-Spanbanden met ratel modelnummer 3223, 3108, 3109, 3066, 3069, 3056
-Spanbanden met ratel modelnummer 3057, 3378
-Spanbanden met ratel modelnummer 3058, 3059
-Spanbanden met ratel modelnummer 3234, 3236
-Spanbanden met ratel modelnummer 4365, 4366, 4367, 4371
-Spanbanden met ratel modelnummer 4359, 4360 
-Intrekbare spanbanden met ratel modelnummer 3238, 3248 
-Draagriem modelnummer 3123, 3124, 3126
Stuursloten
-modelnummers 249, 263256
Garagebeschermer:
-modelnummers 14881490
Universeel slot voor aanhangwagen
Vloer-/muurverankeringen

V: Hoe kies ik de juiste band voor mijn toepassing?

A:

Bij het kiezen van spanbandsystemen moet worden gelet op de vereiste spancapaciteit, rekening houdend
met de gebruikswijze en de aard van de lading die moet worden vastgemaakt. Het formaat, de vorm en het gewicht van de lading, tezamen met de beoogde gebruiksmethode, vervoersomgeving en de aard van de lading zullen van invloed zijn op de juiste keuze.
Vanwege de stabiliteit moeten vrijstaande ladingen met minimaal 1 spanband worden vastgezet om verschuiven te voorkomen en met 2 spanbanden voor diagonaal vastzetten.
De gekozen vastzetmethode moet zowel sterk genoeg zijn als de juiste lengte hebben voor de gebruikswijze. Basisregels voor vastzetten:
- bereid het vastmaken en verwijderen vóór het aanvangen van een reis voor;
- houd er rekening mee dat tijdens een reis wellicht delen van de lading moeten worden uitgeladen;
- bereken het aantal spanbanden aan de hand van EN 12195-1/1995;
- alleen spanbanden ontworpen voor het voorkomen van verschuiven met de Stf op het label mogen worden gebruikt om verschuiven te voorkomen;
- controleer periodiek de spankracht, met name kort na aanvang van de reis.

V: Wanneer moet een spanband met ratel worden gebruikt?

A:

We adviseren om spanbanden met ratel te gebruiken op ladingen met een spancapaciteit tussen de 150 en 2250 kg

V: Wanneer moet een veerklembinding worden gebruikt?

A:

We adviseren om veerklembindingen te gebruiken op ladingen met een spancapaciteit tussen de 150 en 600 kg

V: Wanneer moet een spanband worden gebruikt?

A:

We adviseren om spanbanden te gebruiken op ladingen met een spancapaciteit tussen de 65 en 150 kg

V: Wanneer moet een band met een plastic gesp worden gebruikt?

A:

We adviseren om banden met een plastic gesp te gebruiken op ladingen met een spancapaciteit lager dan 40 kg

V: Hoe moet de band in de ratel worden gedaan?

A:

Gelieve voor een veiliger gebruik alle waarschuwingen en gebruiksaanwijzingen te lezen en na te leven

V: Hoe moet de band in de gesp worden gedaan?

A: Gelieve voor een veiliger gebruik alle waarschuwingen en gebruiksaanwijzingen te lezen en na te leven

V: Er bevindt zich te veel webbing op de ratel. Hoe kan ik dit verminderen?

A:

We adviseren om het aantal haken op de ratelhendel te beperken om storing van het mechanisme te voorkomen.
Als er zich te veel webbing op de ratelspoel bevindt, begin dan opnieuw en verwijder eerst alle delen van de te grote hoeveelheid webbing.

V: Is het product gecertificeerd? Welk certificaat?

A:

Al onze banden zijn conform de Europese norm EN 12195-2. Deze norm is een Europese standaard die veiligheidsvereisten en -methoden voor het testen van spanbanden voor het vastmaken van ladingen op voertuigen specificeert. 
Al onze snelbinders zijn conform de norm EK5/AK8. Deze norm is een Duitse regel die de veiligheidsvereisten en -methoden voor het testen van elastische banden onder spanning specificeert.
De meeste zijn TÜV-gecertificeerd. TÜVs  (een afkorting van Technischer Überwachungs-Verein, vereniging van technische keuringsinstanties in het Nederlands) zijn Duitse organisaties die de veiligheid van producten bevestigen om mensen en de omgeving tegen gevaren te beschermen. Ze zijn onafhankelijke adviseurs en bestuderen en controleren spanbanden en snelbinders.

V: Hoe kan ik de juiste snelbinder kiezen voor mijn toepassing?

A:

Houd altijd rekening met het weerstandsvermogen van het product voor het juiste gebruik.

V: Mijn band/snelbinder is doorgeknipt/gescheurd en/of heeft inkepingen. Wat moet ik doen?

A:

Banden en snelbinders moeten worden afgekeurd als ze een teken van schade vertonen. 
De volgende kenmerken worden als tekenen van schade beschouwd:
- bij per ongeluk in aanraking komen met chemische producten;
- voor spanbanden en snelbinders: scheuren, inkepingen, sneden en breuken ten gevolge van blootstelling aan warmte;
- voor eindstukken en spangereedschappen: vervormingen, breuken, duidelijke tekenen van slijtage en tekenen van corrosie.

V: Is er een bescherming om te voorkomen dat de band beschadigt door wrijving?

A:

De webbing zal worden beschermd tegen wrijving, overmatige slijtage en beschadiging door ladingen met scherpe hoeken door gebruikmaking van beschermende hoezen en/of hoekbeschermers..